Vakantie

Posted on aug 23, 2017 in Marie Heerema, Mijn blogs
Vakantie

Wij gingen voor zes weken naar Dieren. Het was een groot koloniehuis, mooie slaapkamers, alles was helder en schoon.

Het is 1934. Marie is een jaar of elf als ze samen met haar zus naar De Geitenberg in Dieren vertrekt, een koloniehuis waar katholieke stadskindjes zes weken kunnen aansterken. Goed eten en aankomen, dat is het mantra. Kinderen krijgen soms letterlijk het eten door de strot geduwd wanneer ze het niet lusten.

De zuster vroeg: “Wie lust er geen vellen?” Ik stak mijn vinger op, en toen kreeg ik een beker met allemaal aangebrande vellen voor mijn neus. Ik moest net zo lang blijven zitten tot het op was.

In de koloniehuizen heerst een streng regime van rust, reinheid en regelmaat.

’s Morgens wandelen en ’s middags in een bijgebouw rusten. Het was warm en de wespen kwamen. Ik was bang en begon te huilen. Voor straf moest ik in een muf werkhok zitten. Ik moest plassen, maar kon nergens plassen. Dus ik plaste mijzelf onder. Weer straf, geen eten en naar boven in een ander donker hok.

De zes weken worden voor de zusjes twaalf weken. Iedere ochtend staan ze in de rij voor de post maar ze horen niets. Later blijkt dat hun moeder ziek is geworden, en dat ze daarom langer moeten blijven.

Na de Duitse inval is het direct afgelopen met de vakanties voor Amsterdamse stadskinderen. De Geitenberg wordt een verpleeghuis annex revalidatiecentrum voor Duitse en Nederlandse vrouwen. Het onderling contact met de SS’ers op het nabijgelegen landgoed Avegoor is warm en intensief. Daar komt abrupt een eind aan op Dolle Dinsdag in september 1944. Alle bewoners verdwijnen onmiddellijk naar het treinstation in Dieren, om in de gereedstaande trein richting Duitsland te springen.

De volgende bewoners van de Geitenberg zijn Arnhemse evacués die op doortocht zijn naar het Noorden. Uiteindelijk wordt het huis in 1944 gedeeltelijk beschadigd door een V1, waarna het in 1945 na nog een bom definitief verwoest raakt. De Geitenberg wordt niet meer opgebouwd.

Op de Geitenberg zongen we veel. Op een bepaald moment begon een meisje het Horst Wessellied te zingen. Haar ouders waren van de NSB. Een zuster greep in en zei: “Dat lied wil ik hier niet horen.”

 

 

Leave a Reply